Techniek
Karamel maken
Aan het einde verandert de kleur snel. Een schone pan en aandacht bij de warmte zijn belangrijker dan constant roeren.
Karamel ontstaat wanneer suiker gecontroleerd verhit tot een goud-amberkleurige siroop met diepe smaak.
Je leert wat er tijdens deze techniek gebeurt, waar je tijdens het bakken op let en wanneer je kunt stoppen.
Lees eerst welk resultaat je wilt bereiken. Gebruik daarna de uitleg en eventuele stappen als controle tijdens het bakken.
Techniek begrijpen
Zo werkt het in de praktijk
Let niet alleen op tijd. Kijk ook naar structuur, temperatuur en duidelijke signalen in het beslag, deeg of baksel.
Bij natte karamel los je suiker eerst op in water en laat je de siroop daarna zonder veel roeren koken. Bij droge karamel smelt je suiker geleidelijk in de pan.
Kijk naar de kleur en ruik aan de karamel. Haal de pan van het vuur wanneer de gewenste amberkleur is bereikt, omdat de restwarmte nog doorwerkt.
Voeg room of boter alleen als het recept dat vraagt en doe dit voorzichtig: hete karamel kan sterk borrelen en stoom geven.
Zelf doen
Stap voor stap
Gebruik deze stappen als controlelijst terwijl je bezig bent. Kijk na iedere stap naar het resultaat voordat je doorgaat.
-
1
Stap 1
Verhit suiker volgens de gekozen natte of droge methode.
-
2
Stap 2
Laat gelijkmatig kleuren tot de gewenste amberkleur.
-
3
Stap 3
Haal van de hitte en voeg eventuele room of boter voorzichtig volgens het recept toe.