Techniek
Botercrème maken
Temperatuur bepaalt of botercrème luchtig, korrelig of te zacht wordt. Werk daarom vooral op gevoel en consistentie.
Een stabiele botercrème begint met zachte maar niet gesmolten boter en geleidelijk toegevoegde suiker of basiscrème.
Je leert wat er tijdens deze techniek gebeurt, waar je tijdens het bakken op let en wanneer je kunt stoppen.
Lees eerst welk resultaat je wilt bereiken. Gebruik daarna de uitleg en eventuele stappen als controle tijdens het bakken.
Techniek begrijpen
Zo werkt het in de praktijk
Let niet alleen op tijd. Kijk ook naar structuur, temperatuur en duidelijke signalen in het beslag, deeg of baksel.
Klop zachte boter luchtig en schraap de kom regelmatig. De boter moet soepel zijn zonder olieachtig te glanzen.
Voeg poedersuiker of de gekozen crèmebasis in porties toe en klop telkens tot het geheel weer egaal is. Voeg smaakmakers en vloeistof voorzichtig toe.
Corrigeer de temperatuur wanneer de crème te slap of geschift wordt. Kort koelen of heel licht verwarmen werkt vaak beter dan veel extra suiker.
Zelf doen
Stap voor stap
Gebruik deze stappen als controlelijst terwijl je bezig bent. Kijk na iedere stap naar het resultaat voordat je doorgaat.
-
1
Stap 1
Klop zachte boter luchtig.
-
2
Stap 2
Voeg de overige basis in porties toe en meng steeds volledig glad.
-
3
Stap 3
Breng op smaak en corrigeer de temperatuur tot de gewenste stevigheid.